![]() |
Archief Hier komt regelmatig materiaal bij over onze ontstaansgeschiedenis, blaascultuur en wereldblaasmuziek. |
![]() |
Muziek bij de Berlijnse Muur
ALS JE ELKAAR KENT KUN JE MOEILIJK OP ELKAAR SCHIETEN
(geschreven maart 1990)
In februari 1990 vond in Oost-Berlijn het
twintigste, en misschien laatste, Festival van het Politieke Lied
plaats. Opener dan ooit maar ook in het verleden kon het de
machtsverhoudingen niet alleen maar legitimeren. Dit jaar namen voor
het eerst de alternatieve fanfares uit Europa deel. Uit Oost-Berlijn
waren dat de Bolschewistische Kurkapelle Schwarz-Rot en Die Lezte
Verzweifelte Hoffnung. Ze gebruikten Bach, Duitse blaasfolklore en een
herontdekte Eisler voor kritische collage's.
Het Festival van het Politieke Lied is een enorm jaarlijks festival met een week
lang optredens in theaters, jeugdclubs en op straat. Bands uit Rusland,
Amerika, Engeland, de DDR zelf, Mercedes Sosa, Inti Ilimani,
Farafina uit Burkina Faso, liederenzangers. En dit jaar voor het eerst
tien alternatieve blaasgroepen uit West-Europa en Oost-Berlijn,
waaronder De Fanfare van de Eerste Liefdesnacht uit Amsterdam en
Tegenwind uit Utrecht. Ik speel in De Eerste Liefdesnacht.
FANFAREBEWEGING
Er blijkt zich in
de jaren tachtig een Europese alternatieve fanfarebeweging te hebben
ontwikkeld, nauw verbonden met actiebewegingen. De groepen onderscheiden zich
van de houtenklazerige, geüniformeerde en al of niet met majorettes in
het gelid marcherende traditionele kapellen door hun speelsheid,
theaterachtige grappen, jazzinvloeden en een linkse instelling. Het
Willem Breuker Kollektief en De Volharding behoren vaak tot de
inspiratoren. "Toen nu het volk het geschal der bazuinen vernam",
citeert het festivalprogramma, "en een luid krijgsgeschreeuw aanhief,
stortte de muur in en het volk drong de stad binnen."
Door ons drukke optreedschema hebben we weinig kunnen merken van het
niet- blazersdeel van het festival, maar de ontmoeting met zo'n 160
alternatieve blazers uit Zwitserland, BRD, Frankrijk en de DDR was ook
leuk. Het contact tussen progressieve musici van overal is natuurlijk
een van de aardige dingen van zo'n spektakel.
We speelden tot vroeg in de ochtend voor swingende mensen in
jeugdclubs, overdag in theaters waar je een tientje entree moest
betalen om op een pluche stoel naar ons te luisteren. En op
zaterdagmiddag op de gigantische Alexanderplatz - een oncontroleerbaar
straatoptreden dat vóór november 1989 absoluut was uitgesloten.
DE HERENIGING
We spraken veel Oost-Berlijners; meestal was het heel gezellig en het
bier 's avonds was goedkoop. Hét gespreksthema was natuurlijk het
verdwijnen van de muur en de hereniging van Duitsland. Veel mensen
maken zich zorgen over het tempo. 'Het lijkt wel een uitverkoop' zei
een oude vrouw. De hoop die er nog even was op een alternatief voor de
West-Duitse marktekonomie is de bodem ingeslagen. 'De veranderbaarheid
van de maatschappij slaat nu niet meer alleen op de DDR, ik ben van de
ene op de andere dag wereldburger geworden. (..) Zullen we aan het
nieuwe Duitsland deelnemen ten koste van de Derde Wereld, net als de
BRD nu? En hoe verzet je je daartegen?' zei een ander.
Iemand van de Bolschewistische Kurkapelle Schwartz-Rot, een
alternatieve Oost-Berlijnse fanfare: "Mijn situatie is te vergelijken
met die van Wolf Biermann die in '76 uit de DDR werd uitgewezen. Ik
voel me ook uitgewezen en kan niet meer terug - de DDR is weg, je woont
al praktisch in het Westen. Misschien zou je uit Duitsland weg moeten
gaan, naar een ander land waar een grotere mate aan vanzelfsprekende
democratische kultuur en tolerantie is. (..) Ik ben bang voor groeiende
intolerantie tegenover buitenlanders, voor groeiende agressie tegenover
politiek andersdenkenden. En hoewel ik geen grote aanhanger ben van de
BRD koester ik nog een zekere hoop dat de democratische traditie daar
die ontwikkelingen bij ons wat zal dempen." Hij is niet de enige die
zich grote zorgen maakt over de snelle opkomst van extreem-rechts (10
procent van de stemmen volgens een gerucht).
Huren zijn nu nog heel laag en de angst bestaat dat ze fors zullen
stijgen als huizen privé-bezit gaan worden. Iemand zei me dat om die
reden kraken oogluikend wordt toegestaan; de huizen zijn nu 'van het
volk' en kraken voorkomt dat ze in handen van speculanten vallen.
Na de aanvankelijke Oost-Weststroom is er nu een West-Ooststroom van
mensen die in Oost-Berlijn voor een prikkie inkopen doen of in sjieke
restaurants gaan eten, tot wanhoop soms van de obers.
In hallen van grote theaters hingen fototentoonstellingen van de
november- demo's. 'Later zullen ze ons vragen waarom we dit systeem
zolang hebben toegelaten' zei een ouder echtpaar met wie ik samen stond
te kijken. Het waren aardige mensen met heel open gezichten, een soort
gezichten dat ik vaak tegenkwam. 'Net zoals onze kinderen ons vragen
hoe we Hitler hebben kunnen toelaten, we kunnen er geen antwoord op
geven'.
In Oost-Berlijn logeerden we bij mensen van fanfare Die Letzte
Verzweifelte Hoffnung. Ze zijn een recente afsplitsing van Die
Bolschewistische Kurkapelle Schwarz-Rot. In andere jaren zouden we in
een hotel terecht zijn gekomen maar door geldgebrek voor dit -
misschien laatste - festival sliepen 160 blazers bij mensen thuis.
Allemaal georganiseerd via het alternatieve blaascircuit. Misschien een
voorproefje van hoe het festival basisdemocratisch kan blijven
voortbestaan. Want of het als officieel gebeuren de omwenteling
overleeft is nog maar de vraag.
GEEN ALIBI VOOR DE MACHT
Het Festival van het Politieke Lied heeft zijn oorsprong in de
verjaardagsfeesten van een zangvereninging, de Oktoberclub. Er werden
dan altijd groepen uitgenodigd en zo ontstond geleidelijk het festival.
Het kwam onder leiding van de FDJ (Freie Deutsche Jugend,
jongerenorganisatie van de SED) en werd steeds meer een staatsfestival.
Toch kon het nooit alleen een propagandafestival worden. Malou, een
vriendin die voor de NOS een programma maakte, interviewde er
deelnemers en organisatoren over en samen spraken we met Rolf Fischer.
Hij was in 1985 een van de oprichters van de Bolschewistische
Kurkapelle Schwarz-Rot en hij schreef of arrangeerde de meeste muziek.
Rolf: "In het begin was er een sterke gerichtheid op de wereld. Het
festival was ook altijd het centrum van de solidariteitsbeweging. Met
de Derde Wereld, de strijd in Chili, kwam als het ware de muzikale
linkse wereld bij ons. Tot aan rockgroepen toe, als Floh de Cologne,
Bots van jullie. Later namen ook de zogezegd beste groepen van ons
eigen land eraan deel en kwamen met hun eigen inbreng, de omgang met de
problemen hier, voorzover dat dan mogelijk was. Maar er waren ook
groepen en zangers die niet mochten optreden, die te kritisch waren.
Wolf Biermann als bekend voorbeeld, de rockgroep Renft, in '76
verboden, Bettina Wegner die alleen maar in de marge, bij kleine
bijeenkomsten mocht optreden."
Malou: Was het dan een volkomen onkritisch gebeuren?
Rolf: "Ze was binnen de mogelijkheden vaak niet onkritisch.
Verschillende groepen probeerden zo ver te gaan als mogelijk was.
Vooral op het gebied van de poëzie, de teksten, nieuwe vormen,
theatervormen, om de problemen van ons land naar voren te brengen. Maar
de liederenzangers bleven altijd in de marge van het festival. Later
verhardden zich de tegenstellingen, er kwamen steeds heftiger
diskussies over wie er wel en niet mochten optreden."
GEZAMENLIJKE CULTUUR
Arno Schmidt, zanger van de Oost-Duitse 'Arno Schmidt & Band': "We
konden zelf nergens heen en dit was een van de weinige festivals waarop
een zeer bonte alternatieve buitenlandse gastenschare in het land kwam,
waarmee je ook een week lang contact kon hebben, en waar je elkaar
wederzijds kon leren kennen. En als je elkaar kent kun je moeilijk op
elkaar schieten hè."
Hij vermoedt dat festivals als dit ook belangrijk zijn geweest voor de
vreedzame omwenteling in de DDR: " Zo'n festival kon niet alleen
gebruikt worden als alibi voor de machthebbers maar had ook een
terugslag op de machthebbers. 20 jaar festival zijn ook 20 jaar mensen
die vrije gedachten gehoord hebben en geconfronteerd zijn met
vrijheidslievende en vredelievende opvattingen. Zo'n hele generatie die
daardoor is beïnvloed kun je natuurlijk slecht tegen elkaar opzetten.
Vaak kwamen vier, vijf dagen lang vijf- tot tienduizend mensen naar
optredens. Het waren mensen uit alle lagen van de bevolking, niet
alleen intellectuelen, ook arbeiders, mensen uit Kampfgrupen,
veiligheidsdiensten en politiemensen kwamen daar in hun vrije tijd. Dat
soldaten niet geschoten hebben toen tijdens de novemberdemo mensen op
de muur afliepen heeft toch ook iets met een gezamenlijke cultuur te
maken."
Dit jaar is voor het eerst alle kritiek mogelijk, maar tegelijk minder
interessant. Jörn Fechner van de festivalorganisatie: " We kennen nu
het begrip 'verloren liederen', ze zijn dikwijls echt verloren: omdat
tóén nauwelijks iemand ze heeft leren kennen, ze werden alleen in
kleine clubs gezongen - dat was nog wel mogelijk - en niet via de
massamedia, ze zijn niet gedrukt, er zijn geen platen van."
GEËNGAGEERDE BLAASMUZIEK
Rolf: "In 1985 hadden we met drie mensen uit een muziektheatergroep het
plan een blazersgroep op te richten. De impuls kwam via het Festival
des Politischen Liedes. Er was een brassband uit Engeland te gast die
o.a. de Mahogony-song speelden en Macina Macaronica uit Italië, een
rockband die ook veel met theater deed en plotseling met
blaasinstrumenten door de zaal liep. Dat idee van een communicatieve
muziek, met lol en power. Iets heel anders dan die
gitaarteksten/poëzie."
Malou: Blaasmuziek associeer ik ook met marsmuziek en militaire muziek.
Rolf: "Natuurlijk, maar door de groepen die hier waren, en ook de
platen die we kenden van het Sogenannte Linksradikalen Blasorchester
uit Frankfurt (speelde veel bij akties rond '80. P.) - alleen vanwege
hun naam mochten die nooit worden uitgenodigd - wilden we vanuit zo'n
links muzikaal concept een groep oprichten. Ik had nog nooit
blaasmuziek geschreven en kende natuurlijk die marsmuziek en
folklorischtische blaasmuziek. Ik heb die gehaat en haat die nu nog."
Na enige tijd was er een bezetting van 20 mensen. "Het idee was een
groep op te richten die professionele muzikanten en geëngageerde
amateurs verbindt. De politieke geëngageerdheid is ook in dit land een
probleem. Op uitzonderingen na zijn ook avantgardistische jazzmusici in
hun houding ten opzichte van linkse muziek heel conservatief."
"Voor de Kurkapelle heb ik de eerste jaren bijna alleen het repertoire
geschreven, ook omdat we toen nog helemaal geen contact hadden met
West-Europese bands. Het contact werd gelegd door I.G. Blech
(ontzettend leuke aktie-fanfare. P.) uit West-Berlijn die op de een of
andere manier van ons bestaan had gehoord, waarschijnlijk via cassettes
die ze via via in handen kregen."
Malou: Wat is er links-radicaal of geëngageerd in jullie muziek?
Rolf: "Aan de ene kant de bewuste omgang met onze proletarische
avantgardecultuur. Van Mühsam, tot Eisler, Brecht, Dessau. Tot hen
hebben we altijd een progressieve verhouding gehad. Hun ideeën, ook
esthetisch, waren voor ons altijd van belang. Het concept bij het begin
van deze kapel was Eisler spelen, Eisler spelen en nog eens Eisler
spelen omdat deze mens, die we zeer bewonderden als componist en als
politicus en estheticus alleen nog als museumstuk behandeld wordt van
wie nog nauwelijks werken worden uitgevoerd. We wilden Eisler, die ons
door de school ook zo tegen gemaakt is, weer naar de mensen brengen,
ook naar de clubs bij mensen die nooit naar een concert gaan. Hij heeft
werkelijk heel grappige, vrolijke, opwekkende muziek gemaakt. We hebben
stukken van hem bewerkt en geprobeerd die over te brengen naar onze
tijd. Het werd gecontrasteerd met de zogenaamde folkloristische
elementen die onze blaasmuziek heeft en met concertmiddelen,
bijvoorbeeld fuga's. En ook de vorm werd veranderd. Aan de andere kant
hebben we ook koralen, uit de Luthertijd, zoals 'Uit diepe nood roep ik
tot U' op Eisler-manier bewerkt. Die titels kondigden we ook aan. In de
losse communicatie, met bier of op een clubavond lieten we niet zonder
stoppen de muziek onbecommentarieerd doorlopen."
CITATEN-TECHNIEK
"Bij een titel als 'Uit diepe nood..' legden we niets uit omdat je het
publiek niet dommer moet achten dan het is. Het publiek in de DDR is
heel alert geworden op kritische dingen die in de kunst gebeuren, net
zoals het gewend is tussen de regels door te lezen."
Rolf: "In de oprichtingstijd hebben een paar mensen van de Berlijnse
afdeling van de FDJ ons een beetje de hand boven het hoofd gehouden
zodat we niet door andere instituties weggedrukt of verboden werden. Ze
hebben er op gelet dat deze groep groeien kon, wat kon proberen en kon
optreden, ook al mocht de naam eerst niet genoemd worden. Maar dat was
een kwestie van tijd en geduld. Tot nu toe moest je een zeer lange adem
hebben om iets voor elkaar te krijgen, in dit geval een muzikaal
concept."
Echt openlijke kritiek was volgens Rolf niet mogelijk. Daarmee zou je
het voortbestaan van de groep op het spel zetten. Maar met hun muzikale
citaten- techniek konden ze veel overbrengen. Zo was een bezoek van
Honnecker aan Noord-Korea aanleiding tot een medley van Noordkoreaanse
revolutionaire operamuziek. Dat werd een kleine schlager, volgens Rolf.
Toen later zoveel Oost-Duitsers via Hongarije vertrokken speelden ze
een 'Hongaarse rapsodie'.
PLASTIC TASJES
Rolf: "Voor de Wende was het niet mogelijk met de muzikanten van I.G.
Blech uit West-Berlijn samen te spelen. Ze konden de instrumenten niet
meebrengen, laat staan dat wij naar de overkant konden. Maar ze zijn
gekomen en hebben hun mondstukken meegebracht en hebben op onze
instrumenten geblazen en een enkeling slaagde er ook in zijn klarinet
mee te brengen. Zo konden we onze stukken samen spelen en ook
repertoire van hen overnemen. Zoals uit het communicatie-gebied van
muziek die niet een bepaalde geestelijke lading heeft: filmmuziek van
Nino Rota bijvoorbeeld of Latin, muziek die gewoon plezierig is. In het
openbaar spelen was er niet bij."
"Tot '88 waren we op ons zelf aangewezen. We hoorden alleen platen,
bijvoorbeeld van het Breukerkollektief - die overigens verschillende
keren op het festival speelde, dat was ook één van de lijnen van de
traditie die ons aansprak."
Voor dit festival hebben IG Blech en Die Letzte Verzweifelte Hoffnung
een muziektheaterstuk gemaakt, Die Beutelsymfony. 'Beutel' zijn
plastiek tasjes. Na het verdwijnen van de muur verschenen ze in het
Oost-Berlijnse straatbeeld, met de opdrukken van de West-Berlijnse
winkels waar het 'Begrüssungsgeld' was besteed. Thema was de nieuwe rol
die het geld plotseling is gaan spelen en de bevreemding daarover.
Eerst hoor je uit een speaker het kloppende geluid van de muurspechten,
een vervormde versie van het West-Duitse volkslied dat Brandt, Momper
en Kohl in november aanhieven, uitgefloten door het West-Berlijnse
publiek en tenslotte het herhaalde geluid van een kassa - van de Pink
Floyd-elpee 'Dark Side of the Moon'.
Op het podium verschijnen twee tubaspelers. Uit de West-Berlijnse tuba
haalt iemand als een goochelaar een lange sliert aan elkaar geknoopte
plastiek tasjes. En dan barst de muziek los met bijvoorbeeld 'Money'
van Pink Floyd - overgaand in 'Over de opwekkende werking van het geld'
van Brecht, dat plotseling weer heel aktueel is. (zie onder) De leden
van de twee groepen bedachten het stuk en Rolf componeerde het tot een
geheel.
NOVEMBERDEMO'S
Tijdens de grote novemberdemo's speelde de Kurkapelle op een
geparkeerde vrachtwagen op de Alexanderplatz, waar de demo bij elkaar
kwam. Lopend spelen ging niet omdat zoiets kleins en banaals als
muziekklemmen om op de instrumenten te zetten in Oost-Berlijn niet te
koop is, evenmin als het kleine formaat muziekpapier dat je daarvoor
nodig hebt.
Rolf: "En ons muzikale concept was ook muziek om naar te luisteren en
niet om op te marcheren. Want stel dat we die hadden, waar hadden we
die daarvoor dan moeten uitvoeren."
Peter: Hoe reageerden de mensen op de Alexanderplatz op de muziek?
Rolf: "Dat leidde tot veel plezier. Veel mensen kennen het helemaal
niet, een kapel die geëngageerd plotseling heel andere muziek speelt
dan gebruikelijk: geen big band, geen folklore. De spelers hebben er
plezier in en zien er een beetje gek uit. Dat is de eerste esthetische
aantrekkingskracht. En dan werden er aankondigingen gedaan en werd
duidelijk waarom het ging, dat het muziek was van onze grootste
componist van deze eeuw."
Peter: Gebeurde er ook zoiets met rockmuziek?
Rolf: "Ten dele. Een tijdlang was er de Neue Deutsche Welle. Er
ontstonden veel groepen in een subkultuur. Ze speelden bijvoorbeeld op
binnenplaatsen achter de huizen. Meestal punkbands. We hebben een keer
met een vrij bekende groep, Feeling B, samen gespeeld."
"Wat betreft de Wende hebben zich niet alleen rock- en blaasmuzikanten
geëngageerd maar ook liederenmakers en serieuze kunstenaars traden op
in de kerk tijdens de oktoberdagen. Dat was geen kwestie van
mobiliteit. In de kerk werd tevoren alles opgebouwd. (...) De Wende
werd in september, oktober ook heel sterk ondersteund en mede gedragen
door optredende kunstenaars. Rockgroepen voorop, met name de groep
Pankow. In september lazen ze bij hun rockconcerten een door duizenden
kunstenaars ondertekende resolutie voor. Ze werden er enige tijd om
verboden."
SNAREN EN MONDSTUKKEN
Als je het over muziek hebt, heb je het over technologie, over de
beschikbare geluidsproducerende apparaten. Vandaar de vraag: Hoe komen
amateurs eigenlijk aan muziekinstrumenten en hoe onderhouden ze die?
Rolf: We hebben hier een lange traditie van instrumentenbouw. Maar de
afgelopen decennia werd er vooral voor de export gebouwd. Een jong
iemand die een instrument wil leren bespelen gaat naar een
muziekschool. De eerste tijd kun je er daar een lenen, maar ondertussen
moeten de ouders proberen een viool, een klarinet, een cello, of wat
dan ook te kopen. Dat duurde heel lang. Op een gitaar moest je zeven
jaar wachten. Deze wanverhouding leidde er ook toe dat er geen brede
nieuwe lichting van muzikanten meer is. Ook de uitleenmogelijkheden van
de muziekscholen liepen terug omdat de reparatiecapaciteit achterbleef
bij de productie. Jarenlang kon je geen snaren voor strijkinstrumenten
krijgen. Leraren die in orkesten speelden namen uit de orkestvoorraad
snaren mee voor de muziekscholen. Er waren een enorme individuele inzet
en kosten nodig als een jong iemand aan een instrument wilde komen en
het ook wilde onderhouden."
"De laatste jaren is er een tamelijk goed functionerende handel in
tweedehands instrumenten. En verder kennen de muzikanten, bijvoorbeeld
de 50, 60 Berlijns saxofonisten die aan het conservatorium gestudeerd
hebben elkaar allemaal. Als er ergens een instrument te koop is
informeren ze elkaar. Of je gaat naar een instrumentbouwer, dan heb je
na twee jaar een instrument. Voor grote solisten wordt extra gebouwd.
Voor strijkinstrumenten is er ook een staatsuitleen voor topmuzikanten.
Heel goede dure instrumenten blijven zo staatseigendom. Dat is een
verworvenheid die schijnt te verdwijnen onder de kapitalistische
verhoudingen."
"Een goede saxofonist heeft altijd een tweede saxofoon. Als voor
reparatie onderdelen ontbreken ligt de eerste maandenlang bij de
reparateur. Met rieten en mondstukken ligt het net zo. Professionele
spelers grijpen terug op de know how van de westerse industrie. Iedere
zichzelf respecterende speler heeft een mondstuk uit het westen."
Citeren mag, maar wel met bronvermelding en een berichtje aan de auteur, Peter van der Pouw Kraan.
Und doch ist sie, wenn es mangelt, kalt.
Und sie kann sehr gastlich werden
Plötzlich durch das Gelds Gewalt.
Eben war noch alles voll Beschwerden
Jetzt ist alles golden überhaucht
Was gefroren hat, das sonnt sich
Jeder hat das, was er braucht.
Rosig färbt der Horizont sich
Blicket hinan: der Schornstein raucht!
Ja, da schaut sich alles gleich ganz anders an.
Voller schlägt das Herz. Der Blick wird weiter.
Reichlich ist das Mahl. Flott sind die Kleider.
Und der Mann ist jetzt ein andrer Mann."
Berthold Brecht