![]() |
Archief Hier komt regelmatig materiaal bij over onze ontstaansgeschiedenis, blaascultuur en wereldblaasmuziek. |
![]() |
Alternatieve blaascultuur in Europa
VAN VOLHARDING NAAR BEWEGING
(geschreven juli 1991)
Wie het met de permanente notenstroom uit radio
en afspelers moet stellen ontgaat een belangrijk deel van het bestaande
muziekleven. Carnavalsorkesten, veel punk- en rockbandjes,
alternatieve blazersgroepen en andere straatorkesten, allemaal zijn ze
deel van een levende cultuur waarin de massamedia hoogstens een
marginale rol spelen.
Dit artikel gaat over Europese blaasorkesten, of liever over
blaascultuur. Want de invalshoek vormen niet alleen de orkesten maar
ook de sociale netwerken waarbinnen ze kunnen bestaan en zich
ontwikkelen. Veel van de informatie kon verzameld worden doordat begin
mei 1991 de Amsterdamse Fanfare van de Eerste Liefdesnacht een
internationaal alternatief blazersfestival organiseerde, wat de
gelegenheid bood interviewend rond te gaan door het Europese
blaasgebeuren. Hieronder een beknopte neerslag.
DIT WAS HET BEGIN
De eerste
alternatieve blaasorkesten die ik ken dateren uit de jaren zeventig. De
diepe sporen die de culturele omwenteling van het voorafgaande
decennium naliet zullen hieraan niet vreemd zijn. In Nederland
ontstonden onder meer de professionele orkesten De Volharding (1972) en het Willem Breuker Collectief, en verder aktieorkest De Dam en andere. Het
alternatieve zat hem bijvoorbeeld in een muziekpraktijk buiten de verstopte
commerciële kanalen, in het brengen van muziek 'naar de mensen', in
muzikale en buitenmuzikale politieke bedoelingen of in interne
democratie. Ze gaven concerten én speelden bij demonstraties en manifestaties, in verband met de Viëtnamoorlog bijvoorbeeld.
Van belang voor zowel de Nederlandse jazz als de alternatieve
muziekscene was ook de oprichting in 1972 van
workshoporkest The Oktopedians
door saxofonist Herman de Wit. De
Oktopedians waren en zijn een open leerschool voor beginnende
muzikanten, een broeinest van nieuwe groepen en bovendien een vrolijk
(aktie-)orkest.
In hetzelfde jaar richtten in Nijmegen vier studievrienden Horen en
Zien op. De eerste vijf jaar was het een vierdaagseorkest, daarna
steeds meer een links aktieorkest met een vaste kern van zo'n 15
mensen. Ook Horen en Zien, dat nu ter ziele is, was in de praktijk een
leerschool. Als je een instrument kon vasthouden, kon je meedoen. In de
jaren tachtig bevatte de ledenlijst 65 namen. Een optreden organiseren was
een kwestie van rondbellen.
FANFARE BIJ PARTIJBESLUIT
In naburige landen kwam iets dergelijks van de grond. Zo richtten ze in
Hamburg in 1976 Tuten & Blasen op om akties van huurders/sters tegen de afbraak van hun huizen te ondersteunen. Het is inmiddels
uitgegroeid van een vierpersoonsformatie tot een swingende band van
twintig mensen.
Het nu zo vrolijke orkest I.G. Blech
uit Berlijn ontstond ongeveer twintig
jaar geleden onder een andere naam als orkest van een maoïstische
partij. Volgens partijbesluit diende er een fanfare te zijn. Heel
traditioneel in uniformen gestoken speelden ze risicoloos gearrangeerde
arbeidersstrijdliederen. ('Onze liederen hadden nummers: 1 was de
Internationale, 2 het Solidariteitslied.') Eind jaren zeventig raakten ze
echter betrokken bij de nieuwe alternatieve en groene scene; bij de
anti-kernenergie- en burgerrechtenakties, etc. De sfeer veranderde
compleet. De oude gestaalde strijdcultuur maakte plaats voor een veel
speelsere aktiecultuur.
Inspirerend voorbeeld voor hen en andere Duitse orkesten was Das
Sogenanntes Linksradikales Blasorchester, opgericht in Frankfurt in
1976 en inmiddels al weer opgeheven. Volgens een folder bij hun eerste
plaat wilden de leden iets tussen het Freiburgse Rote Note, een wat
slordig amateurorkest, en De Volharding, die spannende en aansprekende
muziek maakte maar die ze juist als beroepsorkest wat te glad vonden
klinken. Het orkest trad op bij demonstraties en andere manifestaties
en akties van wat ze toen 'ondogmatisch links' noemden (o.a. bij het
Rusell-tribunaal in 1978 over Westduitse schendingen van de
mensenrechten en bij akties tegen de geplande uitbreiding van
Frankfurts vliegveld rond 1980.) Het gaf ook concerten zonder speciale
aanleiding. Het repertoire omvatte eigen nummers en putte verder uit
bronnen als volksmuziek, Sun Ra, Willem Breuker, Bach en diverse vormen
van politieke folklore. Het kwam over als een vrolijk orkest - soms
heel serieus, soms van alles parodiërend.
Minder vanuit een politieke achtergrond richtte een
(studie-)vriendengroep in 1978 in het Franse Rouen Mona Lisa Klaxon op.
Een twintigkoppig niet-professioneel straatorkest. Volgens Jean Pierre, een
van de oprichters, was daarbij belangrijk dat Rouen de eerste Franse
stad was met een voetgangersgebied, waar je goed kon mansen (geld
ophalen). Toch speelt ook Mona Lisa Klaxon al vanaf het begin voor
ecologische aktiviteiten, linkse festivals, etc. Op het repertoire
staan onder andere stukken die behoren tot belangrijke politieke bewegingen in
verschillende landen. B.v. Black in Town Fantasy (jazz) en een stuk van
Mingus tegen racisme. Maar net als bij de andere alternatieve orkesten gaat het vooral om mooie muziek.
De grote opbloei kwam in de jaren tachtig. Hoewel de achtergrond van de
bands niet overal expliciet politiek was, liet de sociale gisting van
die tijd zich kennelijk goed combineren met de dwarse, niet prekerige
en aanstekelijke nieuwe blaasmuziek. En het was ook een kwestie van de
juiste technologie. Veel akties speelden zich buiten op straat af.
Blaasinstrumenten en trommels hebben geen stopkontakt of meegesleepte
aggregaten nodig en maken toch genoeg lawaai in de open lucht. Je pakt
je instrument uit en je speelt. In Duitsland, Engeland, Zwitserland,
Nederland, België, Frankrijk, overal ontstonden dezelfde initiatieven.
Het werkte aanstekelijk, het bestaan van een groep bracht andere mensen
op een idee.
Een mengeling van de bestaande muzikale situatie (mogelijkheden een
instrument te leren spelen en medemuzikanten te ontmoeten) en het zelf
organiseren van die situatie bevorderde het proces.
WORKSHOPS
Voor een aantal
Nederlandse groepen was het bestaan van open jazzworkshops, zoals de
al eerder genoemde Oktopedians van Herman de Wit, belangrijk. In de
jaren tachtig ontstond een ware workshopbeweging. Er is zelfs een
jaarlijks festival waar de workshoporkesten elkaars kunnen horen en
zien. Talloze muzikanten moeten in deze orkesten niet alleen hun eerste
speelervaring hebben opgedaan maar kwamen er ook met elkaar in contact.
Uit de Fanfare van de Eerste Liefdesnacht kent een groot deel van de
eerste lichting elkaar uit de Amsterdamse kraakbeweging en/of de
Oktopedians. Natuurlijk is dit niet de enige manier. Het Haarlems
Straatorkest kwam pas goed van de grond toen het in 1988 met een kleine
bezetting de straat opging. Er is in Haarlem weinig muzikale
infrastruktuur. Na enkele jaren van moeizame pogingen een behoorlijke
bezetting van de grond te krijgen leidde het eerste openbare optreden
tot zoveel enthousiasme en bekendheid dat het orkest groeide van zeven tot
negentien personen.
De bijna legendarische Fanfare van de Eeuwigdurende Bijstand is rond
1980 door De Veulpoepers opgericht om naast deze rockband een direkt
inzetbaar aktieorkest te hebben. De fanfare organiseerde zelf een
workshop, die ook nieuwe leden opleverde. De Zuid-Nederlandse
carnavalsorkestjes vormen soms ook een belangrijke muzikale
infrastruktuur.
Volgens Jean Pierre van Mona Lisa Klaxon is de muzikale opvoeding in
Frankrijk niet erg ontwikkeld. Er zijn weinig muziekscholen. Veel leden
hebben in de band pas leren spelen. Het eerste criterium om mee te doen
is of je als mens in de groep past. Spelen leren ze je dan wel. De
afgelopen twaalf jaar speelden zestig á zeventig mensen in Mona Lisa Claxon.
FESTIVALS
Corentine van A Bout de
Souffle ('Buiten Adem') uit Douarnenez, in het puntje van Bretagne,
vertelt dat Bretagne een sterke muzikale traditie heeft. Er is veel
traditionele muziek met doedelzakken en zo. Er zijn ook veel festivals.
Bijvoorbeeld het jaarlijkse Minorité Festival. Dit jaar spelen er
Aboriginals, vorig jaar waren het Palestijnen. De inspiratie voor het
oprichten van A Bout de Souffle kwam van een traditionele groep uit
Carcasson, die in 1982 op dit festival speelde. Maar in A Bout vind je
geen doedelzakken. Wel saxen, trompetten, trombones, slagwerk, etc. 'We
kwamen uit de traditionele muziek maar wilden wat anders, straatmuziek
- met bier.' zegt Corentine. 'Traditionele muziek moet niet statisch
zijn.' Hun eerste grote optreden was op het carnaval en hun repertoire
komt van overal. En geheel naar traditie gooien ze er jaarlijks een
eigen straatfestival tegenaan: "L'Arrivée de les Airs Chaudes". In dit
kleine visserstadje met 20.000 inwoners verzamelt zich dan alternatief
blazersvolk uit heel Europa. Dit jaar 300 muzikanten uit Engeland,
Bulgarije, Duitsland, Zwitserland, Italië en Nederland.
De Duitse alternatieve blaascultuur is altijd uitgesproken politiek
geweest. Zo deed begin jaren tachtig de hele alternatieve
blazersbeweging mee met de grote demo's tegen Brokdorf (kernenergie).
En ook hier is er een festivaltraditie. Vanaf een gegeven moment was er
ieder jaar met pinksteren een 'Bläsertreffen' in telkens een andere
stad, vertelde me iemand van I.G. Blech. Ieder jaar kwamen er meer
groepen, tot het te groot werd om nog te organiseren. De laatste keer
was in 1988 of 1989 in West-Berlijn. Er speelden toen ook groepen uit
Engeland (The Fallout Marching Band), Nederland (Tegenwind) en
Zwitserland (Das Baseler Sicherheitsorchester). De grootste opbloei was
volgens hem in de jaren 1983 t/m 1987. Nu zijn er in Duitsland minder dan
twintig orkesten over.
Bij I.G. Blech kun je niet zomaar komen meespelen. Er is een vaste
bezetting en je moet bereid zijn alles uit je hoofd te spelen. Wel
heeft ze enkele nieuwe groepen helpen ontstaan, door het organiseren
van een 'Offenes Volksblasen' in verschillende steden. Iedereen met een
instrument kon meedoen. Er werden enkele nummers ingestudeerd en
adressen uitgewisseld zodat de deelnemers met elkaar verder konden.
PICKET & JAM
Ook in Engeland
komen straatorkesten jaarlijks bij elkaar. Dit jaar zijn dat er zo'n 20
á 25 in Londen, vertelt David van de Peace Artistes uit Bradford. Dan
zijn er workshops en mensen luisteren naar elkaars muziek. De meeste
mensen hebben in Engeland op school muziekles gehad, maar David heeft
er geen hoge pet van op. Het is erg formeel, vindt hij. Ze krijgen les
op blokfluit en raken daarna waarschijnlijk geen instrument meer aan.
Maar ze leren in ieder geval muziek lezen. De meeste volwassenen die
bijvoorbeeld sax willen leren spelen kopen er gewoon een en krijgen tips van
anderen die het al kunnen, zegt iemand van de Liverpoolse band The
Brasshoppers. Voor het koper kun je ook terecht bij de traditionele
brassbands.
Het is voor musici in Bradford niet moeilijk elkaar te vinden. Het is
geen grote stad en de hele alternatieve scene kent elkaar. De Peace
Artistes begonnen zes jaar geleden, in een tijd van grote
vredesdemonstraties. 'We vonden dat we een band nodig hadden om het
idee van vrede inhoud te geven, voor de sfeer'. In het begin was er
veel verloop maar tenslotte kwam er een brassband uit. Ze speelden veel
op demo's, onder andere van de vredesbeweging en rond de bekende mijnstakingen.
Muzikaal werden ze steeds beter en ze werden ook gevraagd voor feesten
en festivals. De groep bestaat nu uit zestien mensen. David is de enige die
er vanaf het begin bij zit. Ook deze groep is nu gesloten, om niet
iedere keer opnieuw alles in te hoeven studeren. Uit de Peace Artistes
zijn twee andere bands ontstaan. Mensen die de Peace Artistes vragen of
ze mee kunnen spelen brengen ze in kontakt met andere bands. 'We zouden
op die manier nog wel een band kunnen vormen' meent David.
In Londen kennen veel muzikanten elkaar van andere bands en is er veel
overlap tussen bands. 'Ik denk dat we allemaal wel meegespeeld hebben
in The Horns of Jericho', zegt Mark van Crocodile Style. The Horns was
een orkest dat regelmatig speelde in de voortdurende picketline bij de
Zuid-Afrikaanse ambassade. Ze begonnen zes jaar geleden en stopten na de
vrijlating van Mandela. Iemand anders van Crocodile Style: 'Toen ik
vijf jaar geleden begon met tenorsax ging ik bij The Horns of Jericho.
Ik kon toen nog helemaal niet spelen. Het is een goede manier om het te
leren en andere musici tegen te komen. Vandaaruit ging het verder.'
Crocodile Style is niet op de eerste plaats een aktieorkest. De zeven
spelers combineren muziek en theater bij festivals, optochten, het
Nothing Hill Carnaval. Mark: 'We doen een paar politieke dingen. In
déze band zijn we professioneel. We verwachten dat mensen ons betalen.
Maar velen van ons spelen ook in andere groepen, die op demonstraties
spelen. Bij de Poll Tax demo's en op de demo's tegen de Golfoorlog. We
speelden dan een paar van onze eigen nummers en eenvoudige dingen zodat
iedereen mee kan doen. Er waren ook jamsessions op straat.'
Ook het verschijnsel workshops is in Engeland niet onbekend. In een
gebouw dat het 'Oval House' heet zijn er theater-, dans- en veel
muziekworkshops, die nu overigens de dupe van bezuinigingen dreigen te
worden. Er werken veel goede Zuid-Afrikaanse muzikanten aan mee - uit
Zuid-Afrika komt fantastische jazz. Een workshop loopt meestal tien
weken. Verder zijn er goedkope avondklassen.
TOEKOMST
De meeste bestaande
orkesten zijn in de praktijk ook leerscholen voor amateurmuzikanten. De
afgelopen jaren is er veel geleerd. Soms stappen mensen er na verloop
van tijd uit omdat ze het orkest muzikaal achter zich laten. Er zijn
enkele orkesten ontstaan die van de muziek hun broodwinning proberen te
maken. En veel orkesten die in het begin een open karakter hadden zijn
nu in principe gesloten voor nieuwe leden. Ze zijn groot genoeg of ze
willen muzikaal verder. Het telkens inwerken van nieuwelingen houdt dan
te veel op. In de praktijk betekent dat vaak hogere toelatingeisen als
er een plaats vrij komt. In een fanfare die vroeger een zooitje
ongeregeld van beginnende muzikanten was kun je nu alleen meedoen als
je in staat bent in niet al te lange tijd een fors repertoire in te
studeren. Maar nieuwe groepen kunnen natuurlijk altijd beginnen.
De muziek die de groepen maken is bijna altijd heel toegankelijk en de
presentatie is aantrekkelijk. Je ziet dan ze dan ook overal gevraagd
worden voor festivals, feesten, etc. Lang niet alle optredens, en
misschien wel de meeste zijn niet uitgesproken politiek. Het ziet er
dus naar uit dat er de afgelopen jaren een nieuwe culturele stroming is
ontstaan met haar wortels deels in de progressieve politiek maar met
een veel bredere impact. Een levendige, zichzelf organiserende cultuur
van onderen. Zoals zoveel muziekcultuur, nietwaar.
Citeren met bronvermelding en een berichtje aan de auteur, Peter van der Pouw Kraan.